Omgevingsvergunning op basis van een Soortenmanagementplan SMP
Wie
Overijsselse gemeenten en ecologisch adviseurs die namens een Overijsselse gemeente optreden.
Waarom
De biodiversiteit in bebouwde gebieden staat onder druk. Door woningbouw en verduurzamingsmaatregelen verdwijnen verblijfplaatsen en verslechtert de leefomgeving van beschermde soorten. Gemeenten moeten daarom natuurbehoud en ruimtelijke ontwikkeling zorgvuldig combineren.
Een Soortenmanagementplan (SMP) helpt hierbij. In een SMP staat hoe inwoners en bedrijven binnen de bebouwde kom ruimtelijke ontwikkelingen kunnen uitvoeren. Ook beschrijft het welke maatregelen nodig zijn om populaties en leefgebieden van beschermde soorten te behouden en te versterken. Daarbij gaat het niet alleen om verblijfplaatsen, maar ook om jacht-, rust- en verplaatsingsgebieden. Deze aanpak heet de ecologische plus.
Wat
In een Soortenmanagementplan (SMP) werkt een gemeente uit hoe zij de biodiversiteit in de bebouwde kom verbetert en tegelijk ruimte houdt voor duurzame ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van een SMP kan een gemeente een omgevingsvergunning voor een flora‑ en fauna‑activiteit aanvragen. Initiatiefnemers hoeven daardoor niet meer voor elk project afzonderlijk een vergunning aan te vragen.
Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning op basis van een SMP doorloopt een gemeente een aantal stappen, die staan beschreven op deze pagina. Bekijk ook de handleiding SMP die gemeenten helpt bij het opstellen van een SMP.
De eerste stap is het opstellen van een plan van aanpak. Hierin werkt de gemeente, eventueel met een ecologisch adviesbureau, uit wat nodig is om tot een SMP te komen. De gemeente dient het plan van aanpak in bij de provincie via een conceptverzoek in het Omgevingsloket. Als er al een conceptverzoek bestaat, kan de gemeente dit opnieuw gebruiken.
In het plan van aanpak staat in ieder geval:
- een omschrijving en afbakening van het plangebied, inclusief de indeling in deelgebieden
- een beschrijving van de activiteiten die onder het SMP vallen
- de methodiek van het gebiedsdekkende onderzoek
- de planning van het onderzoek en de verdere procedure
Het opstellen van een volledig soortenmanagementplan (SMP) duurt gemiddeld één tot twee jaar. Om in de tussentijd toch woningen te verduurzamen én beschermde dieren te helpen, is ern een tijdelijke oplossing: Het pre-SMP. Met een pre‑SMP kan de provincie een tijdelijke omgevingsvergunning aan de gemeente verlenen. Daardoor mag de gemeente grondgebonden particuliere woningen isoleren. Meer informatie staat in het beleidskader natuurvriendelijk isoleren onder het pre-soortenmanagementplan. Dit document is op te vragen via het Overijsselloket: overijsselloket@overijssel.nl.
Hoe werkt de aanvraag van een pre-SMP?
- Gemeenten vragen een omgevingsvergunning voor flora‑ en fauna‑activiteiten aan via het Omgevingsloket , op basis van het pre-SMP.
- Tijdens de looptijd van deze tijdelijke vergunning werkdt de gemeente verder aan het definitieve SMP.
- Voor het aflopen van de pre-SMP vergunning vraagt de gemeente een nieuwe omgevingsvergunning aan, gebasseerd op het definitieve SMP.
Een gemeente kan subsidie aanvragen voor deelname aan de pré‑SMP‑aanpak en voor het voorbereiden, opstellen, uitvoeren en volgen van een volledig SMP.
Wanneer de gemeente het plan van aanpak heeft geschreven en met de provincie heeft besproken, kan zij starten met het gebiedsdekkende onderzoek. Ook werkt de gemeente dan de maatregelen uit en schrijft het soortenmanagementplan (SMP). Het SMP vormt de basis voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. In het SMP staat een beschrijving van het onderzoek, de resultaten en de maatregelen. Ook bevat het SMP alle wettelijk verplichte onderdelen. Daarnaast legt de gemeente vast hoe processen, communicatie en verantwoordelijkheden zijn geregeld. Dit is nodig om werkzaamheden goed af te stemmen op de aanwezige beschermde soorten. In de Handleiding SMP staat hoe gemeenten een SMP moeten opstellen en aan welke eisen het moet voldoen.
Voordat de gemeente een omgevingsvergunning aanvraagt, legt zij een concept‑SMP voor aan de provincie. Dit gebeurt via een conceptverzoek in het Omgevingsloket. Als er al een conceptverzoek bestaat, kan de gemeente dat opnieuw gebruiken. Na het overleg met de provincie kan de gemeente via het Omgevingsloket een definitieve omgevingsvergunning aanvragen voor een flora‑ en fauna‑activiteit. Bij de aanvraag levert u onderstaande informatie aan:
- Omschrijving en afbakening van het plangebied (met indeling in deelgebieden)
- Beschrijving van de geplande activiteiten en de gebruikers van de vergunning
- Beschrijving van de onderzoeksmethodiek
- Onderzoeksresultaten, inclusief een geografische beschrijving van soorten en functies in en rond het plangebied
- Effectbepaling en beschrijving van de functie van het gebied voor beschermde soorten
- Kansen‑ en knelpuntenanalyse voor alle soorten die voorkomen
- Overzicht van de verbodsbepalingen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd
- Onderbouwing van het doel en het wettelijk belang van de activiteiten
- Beschrijving van de alternatievenafweging
- Mitigatie‑ en compensatieplan
- Beschrijving van de effecten op de staat van instandhouding
- Monitoringsplan, inclusief onderbouwing van mogelijke bijsturing
- Managementplan voor administratie en rapportage
Tijdens de looptijd van de SMP‑vergunning voert de gemeente elk jaar een populatiemonitoring uit. Daarnaast onderzoekt de gemeente twee keer per vergunningperiode de belangrijke en kwetsbare ecologische functies. Elk jaar maakt de gemeente een rapportage voor de provincie Overijssel. In deze rapportage staat de voortgang van het SMP, de doelen voor het komende jaar en de resultaten van de monitoring. Na oplevering bespreekt de gemeente de rapportage met de provincie in een evaluatiegesprek. Bij de jaarrapportage levert u onderstaande informatie aan:
- Overzicht van de uitgevoerde projecten, de effecten op beschermde soorten en de genomen maatregelen.
- Afschriften van ecologische werkprotocollen en meldingen van dat kalenderjaar
- Beschrijving van de maatregelen die dat jaar zijn genomen om de ecologische plus te realiseren (zie hoofdstuk 5 van de handleiding SMP).
- Rapportage van de jaarlijkse populatiemonitoring
- Eventueel een rapportage van de monitoring van belangrijke en kwetsbare ecologische functies en de effectiviteit van compensatie
- Beoordeling van de ontwikkeling van de staat van instandhouding van alle betrokken soorten
- Signalering van buurten waar veel werkzaamheden zijn uitgevoerd en waar aanvullende maatregelen nodig zijn, inclusief een beschrijving hiervan
- Evaluatie van het SMP en de genomen maatregelen
- Verbetervoorstellen of bijsturing van de uitvoering van het SMP, wanneer de monitoring daar aanleiding toe geeft
Voor het behandelen van meldingen en/of aanvragen verwerken wij persoonsgegevens van de aanvrager. Persoonsgegevens zijn alle gegevens die een persoon identificeren of identificeerbaar maken. Dit kunnen burgers of contactpersonen van organisaties zijn. Wij gebruiken de persoonsgegevens voor:
• het beoordelen van de vergunningaanvraag;
• het communiceren met de aanvrager tijdens de behandeling van de aanvraag;
• het maken van managementrapportages om onze dienstverlening te verbeteren en ons beleid te verantwoorden;
• het uitvoeren van evaluatie- en klanttevredenheidsonderzoek om te bepalen of we onze beleidsdoelen halen.
Wij hebben op basis van wet- en regelgeving de taak om regels te maken en uit te voeren voor het beoordelen en controleren van vergunningaanvragen en -verstrekkingen. Deze wettelijke taak gebruiken we als grondslag om persoonsgegevens te verwerken. Wij bewaren persoonsgegevens niet langer dan wettelijke verplicht is volgens de Archiefwet.
Zie ook onze algemene pagina over privacy. Hier vindt u ook meer informatie over uw rechten en hoe u deze kunt gebruiken.